
Kortrijk station Min. Tacklaan - eigen foto Het lijkt wel nacht buiten, de herfstbladeren dansen wild in het rond, de regen klettert tegen de ruiten, echt novemberweer dus en weldra, weldra de goede Sint... geniet van dit gedicht Wie zal de vriend zijn van mijn vriendin, de baas voor mijn hond, het kind in mijn jeugd, de oude man bij mijn dood, wie zal dat zijn als ik het niet ben? Jij? Ach kom, jij bent niets dan twee ogen, die zien wat ze zien, jij bent niets dan het uitzicht: een zon schijnt, een appelboom bloeit, een stoel staat in het gras, vreugde, verdriet, weet jij veel, uitzicht. Maar wie zal mijn liefste grijs en ziek laten worden, en voor zorgen dat de hond jankt, het kind huilt, en de dood komt? Wie zal de appelboom laten verkommeren, de stoel voorgoed laten staan in de regen? Iemand toch zal toe moeten zien dat alles voorbij gaat. Rutger Kopland |